to the WISE homepage COP6
From November 13th untill the 24th in the year 2000, negotiatiors from 180 countries were together in The Hague. And didn't thrash out a solution to climate change.
to the NIRS homepage, our affiliate in Washington DC


RENAISSANCE ATOOMINDUSTRIE DREIGT


(gepubliceerd in Ravage #11, 1 september 2000)

Het klinkt als een fantastische paradox: kerncentrales naar ontwikkelingslanden exporteren en zo voor een schoner milieu zorgen. Pardon?
Zoals genoegzaam bekend is, levert kernenergie een hoop radioactief afval op waarvoor nog steeds geen oplossing is gevonden. Ongelukken zijn bovendien nooit uit te sluiten, met alle potentieel desastreuze gevolgen van dien. De link tussen kernenergie en een schoon milieu is dus ver te zoeken.
Hierop luidt het weerwoord van de atoomlobby dat kernenergie geen CO2 uistoot oplevert en dus een prima manier zou zijn om het broeikaseffect tegen te gaan.

En niet voor niets is de atoomlobby op zoek naar een modern en milieuvriendelijk imago: sinds Tsjernobyl is het alleen maar bergafwaarts gegaan met de nucleaire industrie; er wordt minder in geïnvesteerd en in steeds meer landen wordt kernenergie 'uitgefaseerd': er worden geen nieuwe kerncentrales bijgebouwd en de bestaande zullen langzaam maar zeker gesloten worden. Jarenlang verzet heeft het voor de kernindustrie onmogelijk gemaakt om in het westen naar believen nieuwe centrales te planten. Wil de nucleaire industrie overleven, zal zij dus gauw nieuwe afzetmarkten moeten vinden.

En zie daar: wellicht bieden de 'flexibele mechanismen' van Kyoto een uitkomst (zie kader). Als het de atoomlobby lukt om op het goedgekeurde lijstje te komen van projekten die voor de 'flexibele mechanismen' in aanmerking komen, kan de nucleaire industrie aan zijn renaissance beginnen. Met behulp van subsidies uit fondsen voor ontwikkelingssamenwerking kan een heel nieuw tijdperk van export op gang komen. Dit is behalve voor de nucleaire industrie, ook interessant voor de westerse 'donor' landen (vooral Groot-Brittannië, Frankrijk, de Verenigde Staten, Canada en Japan) die zo 'credits' kunnen verdienen voor elders gerealiseerde vermindering van CO2 -uitstoot, maar ook voor hun potentiële klanten (China, Vietnam, de Korea's, Zuid-Afrika). Zij krijgen zo op een goedkope manier de beschikking over nieuwe kerncentrales, die het bovendien -vreemd genoeg- goed doen als prestigeobject.

Indien kernenergie wordt toegelaten tot de flexibele mechanismen kan ook de bouw van een aantal kerncentrales, die nu nog onzeker is vanwege onduidelijkheid over de financiering, alsnog doorgaan. Een voorbeeld hiervan is de K2/R4 centrale in Ukraine: als Ukraine kan 'aantonen' dat het niet-bouwen van de kerncentrale betekent dat er een kolencentrale gebouwd moet worden, levert het alsnog wel bouwen van de kerncentrale een theoretische besparing aan broeikasgassen op, en komt het project dus in aanmerking voor de flexibele mechanismen.

Uiteindelijk ligt de beslissing of kernenergie wordt toegelaten, bij de verschillende regeringen op de klimaattop. Het is van het grootste belang dat zij ervoor zorgen dat kernenergie expliciet wordt uitgesloten van de flexibele mechanismen. De Nederlandse regering vindt dat kernenergie niet moet worden toegelaten, maar Pronk (VROM) heeft al te kennen gegeven dat hij zich, als gastheer van de klimaattop, neutraal wil opstellen en dus niet actief gaat pleiten voor het Nederlandse standpunt.

De atoomlobby heeft, na jarenlang actief lobbyen voor kernenergie in de flexmechanismen, een nieuwe tactiek bedacht. Ze hebben gemerkt dat het expliciet laten goedkeuren van kernenergie wel erg gevoelig ligt, en gooien het nu over een andere boeg: geen enkele techniek, dus ook kernenergie niet, moet expliciet worden uitgesloten. De betreffende landen kunnen dan onderling in 'bilateraaltjes' regelen welke projecten zij in aanmerking willen laten komen.

Als kernenergie niet wordt uitgesloten van de flexibele mechanismen zijn de gevolgen duidelijk: het bouwen van nieuwe kerncentrales wordt gestimuleerd, evenals het (langer) open houden van de oude - met alle daarmee gepaard gaande vervuiling en risico's voor de veiligheid. Ook wordt geld dat beter gebruikt zou kunnen worden voor de verdere ontwikkeling van echt schone energie gestoken in iets wat misschien een oplossing lijkt, maar het op de lange termijn niet is. Kortom, het toekennen van credits voor kernenergie projekten zou neerkomen op de legitimering van een industrie die geen enkel argument voor z'n eigen overleven meer over heeft.


Flexibele mechanismen

Het project van de Verenigde Naties om klimaatverandering tegen te gaan begon in 1992 met de klimaattop in Rio de Janeiro. In 1997 resulteerde dit in het Protocol van Kyoto waarin afspraken over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (zoals CO2) werden vastgelegd. De westerse landen en een aantal Oost-Europese zegden toe hun uitstoot met een paar procent te verminderen, maar hoe precies dat zou later nog besloten worden.
In elk geval werd het plan opgevat om ervoor te zorgen dat de westerse landen die vermindering van uitstoot niet per se binnen hun eigen grenzen hoefden te realiseren: het idee van emissiehandel en de 'flexibele mechanismen'. Oftewel: Nederland kan bijvoorbeeld een project in Indonesië steunen dat ervoor zorgt dat er minder CO2 in de lucht komt. Zo kan Nederland aan een gedeelte van zijn verplichtingen onder het Kyoto protocol voldoen.
De vraag, die op de klimaattop in november (COP6) in Den Haag moet worden beantwoord, is welke projecten precies gebruikt mogen worden voor de flexibele mechanismen. Wat WISE betreft hoort kernenergie daar in elk geval NIET bij.


- -
-
    home > newsletter > search > about us > links > back to contents    
-
- - -