gepubliceerd door WISE op 16 januari 2002
Dit document in pdf [105 kB]
voor een beknopte handleiding en links aangaande
het pdf formaat [in Engels] klik hier
WISE
t.a.v. dhr. P. de Rijk
Postbus 59636
1040 LC AMSTERDAM
| Datum | Uw kenmerk | Ons kenmerk | Bijlage(n) |
| 14 JAN 2002 | KCB/WOB 001 | ME/EP/RE/ 01065953 |
div. |
Onderwerp
WOB-verzoek Borssele
Geachte heer De Rijk,
U verzoekt mij -met een beroep op de WOB- kortgezegd om toezending van alle voorhanden stukken van na 22 november 1994 betreffende het vastleggen van de datum voor het beëindigen van de elektriciteitsproduktie van de kerncentrale Borssele.
De discussie over de datum van de sluiting van de kerncentrale loopt vanaf 1994 en heeft daarmee al een vrij lange geschiedenis met een groot aantal stukken. De meeste stukken zijn openbaar. Ik neem daarom aan dat uw verzoek in het bijzonder betrekking heeft op de stukken die niet actief zijn openbaargemaakt en die zijn opgesteld na de vernietiging op 24 februari 2000 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van het besluit om de Kernenergiewetvergunning op termijn te stellen.
Voor die periode sedert bedoelde uitspraak zijn de navolgende stukken voorhanden:
De stukken 2, 3, 6-9, 11, 13, 14, 18, 24-28 en 30-44 treft u als bijlagen aan.
De stukken 1, 5 en 29 zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en bevatten grotendeels persoonlijke beleidsopvattingen. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de WOB wordt over de persoonlijke beleidsopvattingen geen informatie verstrekt. Indien in die stukken de persoonlijke beleidsopvattingen worden weggelaten, blijft -behoudens informatie die al uit openbare stukken bekend is- geen of nauwelijks informatie met zelfstandige betekenis over. Ook zijn de persoonlijke beleidsopvattingen zozeer verweven met feitelijke informatie, dat scheiding niet wel mogelijk is. Ik heb derhalve besloten geen informatie uit deze stukken te verstrekken.
De informatie in stuk 4 is geheel gericht op de positie van de Staat in een (eventuele) civiele procedure. Voor de Staat kunnen daarbij grote financiële belangen betrokken zijn. Het belang bij openbaarmaking van dat stuk weegt niet op tegen die financiële belangen, zodat openbaarmaking van stuk 4 achterwege dient te blijven (artikel 10, tweede lid, onder b, WOB). Afgezien van financiële belangen staan voor de overheid in deze ook andere belangen op het spel, met name het belang bij het uitvoeren van het beleid inzake de kerncentrale Borssele. De overheid zou onevenredig worden benadeeld door openbaarmaking van stuk 4, zodat ingevolge artikel 10, tweede lid, onder g, van de WOB openbaarmaking achterwege moet blijven. Ik heb derhalve besloten geen informatie uit stuk 4 te verstrekken.
Overigens gelden mijn overwegingen inzake stuk 4 in belangrijke mate ook voor stuk 1, zodat die overwegingen mede strekken tot onderbouwing van mijn besluit geen informatie uit stuk 1 te verstrekken.
De informatie in de stukken 10, 12, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22 en 23 is van dien aard dat het belang van openbaarmaking daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkómen van onevenredige benadeling van de Staat. Openbaarheid van deze stukken zou immers kunnen leiden tot een verslechtering van de positie van de Staat in de thans lopende civiele procedure. Ik heb dan ook besloten op grond van artikel 10, tweede lid, onder g, van de WOB geen informatie uit deze stukken te verstrekken.
Ik wijs u voorts erop dat de stukken 2 en 3 verslagen zijn die uitsluitend voor intern gebruik binnen de rijksoverheid zijn opgesteld; de verslagen zijn niet afgestemd met of geflatteerd door EPZ.
Tot slot herinner ik u eraan dat de notulen van de Ministerraad eerst na 50 jaar openbaar zijn (zie ook Staatscourant 12 maart 1973). In bovenstaande lijst van stukken zijn dan ook geen notulen van de Ministerraad opgenomen.
de Minister van Economische Zaken,
namens deze:
drs. Chr. P. Buijink
plv.Secretaris-Generaal
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20101, 2500 EZ 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef van deze brief vermelde datum.
| Bezoekadres | Doorkiesnummer | Telefax | |
| Bezuidenhoutseweg 6, 's-Gravenhage | (070) 379 78 49 | (070) 379 63 58 | |
| Hoofdkantoor | Telefoon (070) 37989 11 | X-400 adres S=EZPOST/C=NL/A=400NET/P=MIN EZ | |
| Bezuidenhoutseweg 30 Postbus 20101 2500 EO 's-Gravenhage |
Telefax (070) 347 40 81 Telex 31099 ecza nl Telegramadres ecza gv |
Internetadres ezpost@minez.nl Verzoeke bij beantwoording van deze brief ons kenmerk te vermelden Ministerie van Economische Zaken |
|