gepubliceerd door WISE op 17 januari 2002

Verslag van de bespreking tussen EPZ en de regering inzake de bedrijfsduur van de kerncentrale Borssele, gehouden te Den Haag op 6 juli 2000

Aanwezig: namens EPZ:
van Meegen, voorzitter van de directie,
Droog, directeur,
Bongers, bedrijfsdirecteur Kernenergie;
namens de regering:
mevr. Jorritsma, minister van Economische Zaken,
Pronk, minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
begeleidende ambtenaren:
Cahen (EZ),
Hillen (EZ),
Veltman (EZ),
Ahrens (VROM),
Vos (VROM)

De regering geeft aan dat er geen sprake is van een blanco situatie. In 1994 heeft de Tweede Kamer besloten dat de kerncentrale Borssele per eind 2003 dient te sluiten. Ter effectuering van dat besluit zijn een drietal instrumenten ingezet:

  1. onthouding van goedkeuring aan het Elektriciteitsplan 1995-2004 wat betreft bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele van 2004 naar 2007;
  2. afspraak met SEP als vertegenwoordiger van EPZ: de kerncentrale Borssele gaat per eind 2003 dicht en de overheid zal alsdan f70 mln betalen als tegemoetkoming in de kosten van het modificatieprogramma van de kerncentrale Borssele ; vooruitlopend daarop is aan SEP een renteloze lening van f70 mln verstrekt;
  3. ambtshalve wijziging van de kernenergiewet vergunning inzake de kerncentrale Borssele inhoudende een tijdsbeperking tot eind 2003. Die wijziging was niet alleen bedoeld om verdere verlenging, maar ook om verdere verkorting van de bedrijfsduur van de kerncentrale Borssele onmogelijk te maken. Voor SEP was dit destijds een voorwaarde voor instemming met de regeling onder punt 2°.

De Raad van State heeft echter de ambtshalve wijziging van de kernenergiewet vergunning op formele gronden vernietigd, waardoor de oorspronkelijke vergunning zonder tijdsbeperking weer herleeft.

Dat doet echter geen afbreuk aan de met SEP/EPZ gemaakte afspraak dat de kerncentrale Borssele per eind 2003 sluit. De regering wenst EPZ aan die gemaakte afspraak te houden.

Het is de regering bekend dat de kerncentrale Borssele een veilige centrale is, dat deze geen CO2 uitstoot, dat het mogelijk is in de kerncentrale Borssele splijtbaar plutonium via de MOX-route op te branden en dat de kerncentrale Borssele een kenniscentrum is op nucleair gebied. Desalniettemin heeft de regering destijds besloten tot sluiting van de kerncentrale Borssele en ook deze regering vindt dat de kerncentrale Borssele gesloten dient te worden. De regering hecht eraan dat de oorspronkelijke afspraak wordt nageleefd en wil van EPZ vernemen of die voornemens is die gemaakte afspraak na te komen. Uit berichten in de pers is vernomen dat de kerncentrale Borssele in een andere vennootschap overgaat. In dit verband wil de regering tevens van EPZ vernemen hoe met de gemaakte afspraak zal worden omgegaan; gaat die mee in die andere vennootschap?

EPZ geeft te kennen dat eventuele overdracht van de kerncentrale Borssele uitsluitend om markttechnische redenen zal plaatsvinden. Eventuele afspraken gaan bij zo'n overdracht van de kerncentrale Borssele altijd over in de nieuwe vennootschap.
EPZ stelt dat er geen afspraak is tussen EPZ en de regering. Wel heeft EPZ destijds ja gezegd tegen opname in het Elektriciteitsplan van de sluiting van de kerncentrale Borssele eind 2003. EPZ heeft zich echter altijd verzet tegen opname van een tijdsbeperking in de kernenergiewet vergunning; dat was de wens van de minister van Economische Zaken. EPZ was er zich toen al van bewust dat er nieuwe omstandigheden aankwamen, zoals liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Daarom maakte EPZ zich destijds niet al te veel zorgen om opname in het Elektriciteitsplan van de tijdsbeperking tot eind 2003. EPZ heeft grote moeite met "afspraak is afspraak", als er al een afspraak is, dan bestaat die tussen regering en parlement en niet met EPZ. Prof. Koeman, die voor EPZ de dossiers heeft bestudeerd, ondersteunt EPZ in die opvatting.

De regering stelt dat het niet gaat om wijziging van de marktomstandigheden, maar om wijziging van de politieke omstandigheden. Welnu, die politieke omstandigheden zijn nimmer veranderd. De afspraak geldt nog steeds en bovendien is daaraan al gedeeltelijk uitvoering gegeven: de toegezegde f70 mln is immers als renteloos voorschot ter beschikking gesteld en door de SEP opgenomen.
Afspraak is geen politiek begrip; de regering heeft destijds de met SEP mede namens EPZ gemaakte afspraak aan het parlement medegedeeld. De politieke discussie heeft destijds tot een bepaalde uitkomst geleid; daarover is met de sector mede namens EPZ onderhandeld en de uitkomst daarvan is aan de Tweede Kamer medegedeeld die zich daarbij heeft neergelegd.
Uit de stukken blijkt dat met dhr. Ketting van SEP consensus was over 2004; hij noemde het arrangement destijds evenwichtig en te verdedigen, daarbij tevens opmerkend dat het ging om sluiting niet later dan 2004, maar ook niet eerder. In de Tweede Kamer was er destijds een sterke stroming voor nog eerdere sluiting dan 2004, maar men is er toen gezamenlijk uitgekomen wat betreft 2004 inclusief het bedrag van f70 mln.

EPZ stelt dat in verband met de gemaakte kosten voor het modificatie programma de kerncentrale Borssele eigenlijk tot 2007 diende door te draaien. Door het terugbrengen van de sluitingsdatum naar 2004 waren er niet-afgedekte kosten, vandaar het bedrag van f70 mln. Dat bedrag wordt pas in 2004 overgemaakt. Dit alles vond plaats onder het regime van de oude elektriciteitswet. Inmiddels is er echter een nieuwe elektriciteitswet en is het regime van het elektriciteitsplan niet meer van toepassing; dat is niet langer meer wettelijk verankerd. Ook de in het laatste elektriciteitsplan genoemde einddata voor andere centrales gelden daardoor nu niet meer.
De ambtshalve wijziging van de datum in de kernenergiewet vergunning was een wens van de Tweede Kamer: niet alleen de sluiting per eind 2003 opnemen in het Elektriciteitsplan maar ook opnemen in de vergunning. Hoe het met die ambtshalve wijziging van de vergunning is verlopen, is inmiddels bekend.
Ook de Algemene Energie Raad zegt in zijn advies dat de elektriciteitscentrales vrij zijn in hun brandstofkeuze.
Kortom: het Elektriciteitsplan is weg en de ambtshalve wijziging is vernietigd; de f70 mln was pas aan de orde als de sluiting door zou gaan.

De regering stelt dat die f70 mln al zo'n tien jaar eerder is voorgeschoten. Het kabinet ging daarbij uit van goede trouw: afspraak is afspraak. Die afspraak is bovendien in een brief van de minister van Economische Zaken aan SEP bevestigd; als die daarmee, mede namens u, niet akkoord was gegaan, had SEP dat wel laten weten.

EPZ stelt dat de minister van Economische Zaken had gesteld dat als de omstandigheden zouden wijzigen, de sluitingsdatum dan wellicht weer uit de vergunning zou kunnen.

De regering meent dat het hierbij echter gaat om politieke omstandigheden. Als die wijzigen, quod non, dan zou dat kunnen. De regering heeft geen maatschappelijke vrijheid meer, ook als gevolg van de liberalisatie niet. Opeenvolgende kabinetten hebben uitgesproken geen kernenergie meer te wensen en de regering heeft die wens netjes afgewikkeld.

EPZ meent dat het niet alleen om politiek gewijzigde omstandigheden gaat.

De regering stelt dat het maar één reden was en is om te sluiten: dat is de politieke omstandigheid. Daarin is tot op heden nu juist in het geheel geen verandering gekomen. Daarnaast merkt de regering op dat voor het veranderen van een afspraak de instemming van beide partijen benodigd is; de regering echter wil niet van die afspraak af.

EPZ meent dat er in het geheel geen afspraak met EPZ is. In de visie van EPZ speelt de f70 mln pas een rol als het besluit inzake 2004 onherroepelijk is.

De regering stelt dat de vergunning niet door EPZ is aangevochten bij de rechter. Als partijen van een afspraak af willen dienen beide partijen te overleggen of de afspraak ook in de gewijzigde omstandigheden nog moet blijven gelden. Ook vanuit klimaatbeleid overwegingen is in kabinet en Kamer aangegeven dat dat geen reden is de kerncentrale Borssele open te houden. De Tweede Kamer zal niet begrijpen als EPZ nu stelt dat er geen afspraak is. Wellicht zijn de modaliteiten anders, maar de afspraak als zodanig staat als een huis.
SEP en de drie productiebedrijven vormden een viereenheid: alles werd aan de productiebedrijven teruggekoppeld. SEP/EPZ hebben geen beroep ingesteld tegen de vergunning.
Weliswaar is er een nieuw elektriciteitswet regime, maar vanaf de eerste dag is er een uitzondering gemaakt voor kernenergie, ook in de discussies rond de klimaatnota. In dit opzicht is er geen enkel contrair handelen geweest. Voorts wordt verwezen naar het gesprek Dessens/Ketting waarin de basis is gelegd voor de afspraak. Dessens verwoorde het standpunt van de overheid en Ketting die van de SEP. Daarin heeft Ketting gezegd: 2004 en niet langer, maar dan ook niet korter, en bovendien f70 mln. Dat is aanvaard door de regering en neergelegd in de brief van de minister van Economische Zaken aan SEP.

De regering vraagt aan EPZ wat haar positie nu precies is: is er nu een afspraak of niet?

EPZ stelt dat er geen afspraak is. Die afspraak was namelijk in het kader van de toenmalige elektriciteitswet en elektriciteitsplannen en die zijn er niet meer, dus is die afspraak er ook niet meer. Voorts wijst EPZ erop dat volgens de Energiemonitor er een groeiende aanhang binnen de bevolking is voor openhouden van de kerncentrale Borssele.

De regering meent dat zulks in politiek opzicht niet relevant is; de regering heeft met het parlement te maken. De regering vraagt zich af of nu aan de ministerraad moet worden teruggekoppeld dat er met EPZ niet te praten valt, ook niet over modaliteiten en geld. EPZ ontkent immers dat er een afspraak is.

EPZ stelt dat gesprek alleen zin heeft als dat open is; dat wil zeggen dat de uitkomst ook kan zijn dat de sluitingsdatum een andere dan 2004 is. Alleen over modaliteiten en geld praten is niet aan de orde.

De regering meent dat als EPZ stelt dat er geen afspraak is, daarmee de basis voor een gesprek over modaliteiten wegvalt. De regering heeft geen mandaat voor iets anders dan 2004. De regering hecht eraan dat EPZ schriftelijk duidelijkheid verschaft over de overgang van de kerncentrale Borssele en de daarbij behorende verplichtingen naar een andere vennootschap.

EPZ zegt dat toe. De regering zal zich beraden over verder te nemen stappen.

HTC/7-7-00




94-422

Verslag van het overleg Sep/EZ over de projectmodificaties van de kernenergie-eenheid Borssele (KCB)

Bij bovenstaand overleg dd. 14 december 1994 waren aanwezig:
namens Sep: de heren Ketting en Van Loon;
namens EZ: de minister, de DGE en de directeur EE

  1. Na verwelkoming van de heren Ketting en Van Loon geeft de minister allereerst een toelichting op de vraag waarom het besluitvormingsproces over de KCB zolang heeft geduurd. Kernpunt is dat hij gezocht heeft naar een zo breed mogelijke steun van de totale regeringscoalitie. Uiteindelijk is het hem gelukt om steun te verwerven voor het voortbestaan van een gemodificeerde KCB tot 2004. Overigens wil hij nog een voorbehoud maken omdat er nog een overleg in het Kabinet nodig is, terwijl daarna zonder twijfel ook de Kamer weer aan zet wil. Het resultaat dat er nu ligt is uit zakelijk oogpunt gezien wellicht niet het optimale. Het voordeel is echter, gezien de brede steun ervoor dat er niet snel alweer een discussie over het voortbestaan van Borssele zal komen. Het tijdsverschil 2004 - 2007 is ook niet een echt principieel punt. Doorslaggevend is in elk geval dat men ervoor is dat de centrale niet direct dicht gaat en dat de modificatie moet plaatsvinden zoals aanvankelijk gepland.

    De minister beseft overigens dat de rentabiliteit van de modificatie hiermee ter discussie is komen te staan. Zoals eerder overeengekomen wil hij een zekere tegemoetkoming geven. De fractieleiders zijn van oordeel dat deze tegemoetkoming ter grootte van f 70 mln eerst kan worden betaald in 2004. De minister verklaart zich bereid om voor het verschil dat onstaat door uitbetalen in 2004 vergeleken bij uitbetaling nu, wordt overbrugd. Naar het oordeel van de minister moet wel definitief worden gemaakt dat de centrale in 2004 sluit. Hij wil dan ook dat er een aanpassing komt in de kernenergiewetvergunning van de KCB, op grond waarvan de bedrijfsduur in 2004 wordt beëindigd.

  2. Deze besluitvorming betekent dat hij verplicht is om het Elektriciteitsplan 1995-2004, dat in een eerdere fase door zijn ambtsvoorganger was goedgekeurd, in relatie tot het bezwaar van Greenpeace tegen die goedkeuring, alsnog afkeurt. Dit overleg is dan ook te beschouwen als een overleg zoals voorzien in art. 19, eerste lid, van de Elektriciteitswet. Daar hij op grond van art. 19, tweede lid, van de Elektriciteitswet het E-plan ook voor een deel kan goedkeuren vraagt hij de Sep te willen meedelen of de Sep voorkeur hieraan geeft boven het onthouden van goedkeuring aan het gehele plan.
  3. Vervolgens licht de minister de verdere procedure toe zoals hij die thans ziet. Zou overeenstemming bereikt kunnen worden met de Sep, ook over eerder genoemde vergoeding dan zou deze zaak vrijdag a.s. in het Kabinet afgekaart kunnen worden. Direct daarna zou het besluit naar buiten gebracht kunnen worden in een brief aan de Kamer. Uiteraard moet Greenpeace dan ook de beschikking krijgen op zijn eerdergenoemde bezwaar. Van al deze stukken krijgt Sep uiteraard afschrift. Tevens stelt hij zich voor in een brief aan de Sep het f 70 miljoen arrangement vast te leggen en de voorfinanciering van dit bedrag uit de voorziening op de Sep-balans voor tarief-egalisatie. Desgevraagd deelt de minister mee geen behoeft te hebben aan een aparte persconferentie. Ook vindt hij niet nodig de Minister-President te vergezellen naar de wekelijkse persconferentie na afloop van de MR-vergadering.
  4. De heer Ketting is uiteraard teleurgesteld over het voorgenomen besluit. Dat neemt niet weg dat ook hij van oordeel is dat het van groot belang is dat er politieke concensus bestaat over het modificeren van de KCB en de sluiting in 2004. Mooier was natuurlijk geweest wanneer de sluiting uiteindelijk zou zijn bepaald op 2007. Overigens acht hij het hele arrangement evenwichtig en te verdedigen. Hij verwacht dan ook dat zijn Raad van Commissarissen en ook zijn aandeelhouders met dit besluit kunnen leven. Dit heeft hij gisteren nog bevestigd gekregen. Dat geldt ook voor EZH die aanvankelijk de grootste tegenstander was van aanpassing en die daarmee pas kon instemmen wanneer het project zou voldoen aan 10 scherpe criteria.
  5. Wat betreft de formele invalshoek zou de heer Ketting het op prijs stellen dat de minister schriftelijk bevestigd dat hij op grond van art. 19, eerste lid, van de Elektriciteitwet overweegt zijn goedkeuring aan het Elektriciteitsplan te onthouden. In de brief waarin het f 70 miljoen arrangement wordt opgenomen, dient ook een passage te worden opgenomen: "dat recidive wordt voorkomen". De heer Ketting wil dus niet alleen vastleggen dat de sluitingsdatum niet later zal zijn dan 2004, maar ook niet eerder. Overigens begrijpt hij dat de overheid geen absolute garantie in deze kan geven. Eerdere sluiting is immers mogelijk, wanneer dat uit veiligheidsoogpunt noodzakelijk is.
  6. Tenslotte wijst de heer Ketting er nog op dat hij al wekenlang belaagd is door de pers. Na het hedenochtend in de Volkskrant verschenen verhaal met daarin vrijwel het integrale arrangement wordt het nog moeilijker zich de pers van het lijf te houden. Hij wil dan ook met de minister afspreken dat wanneer hij door de pers wordt benaderd, dat hij dan de volgende opmerkingen kan maken:
    • er is inderdaad heden een gesprek geweest dat constructief is verlopen;
    • op korte termijn waarschijnlijk vrijdag a.s. wordt een besluit verwacht.
    De minister stemt hiermee in.
  7. Tenslotte merken alle betrokkenen op dat een besluit op vrijdag a.s. te verwelkomen is in het licht van het feit. dat op 22 december voor de Raad van State de schorsingszaak dient tegen een nieuwe kernenergiewetvergunning. Zodoende is toch sprake van een juiste volgorde van behandeling: eerst de politieke en dan de juridische besluitvorming.
16 december 1994


- | -
-
    home > newsletter > search > about us > links > back to contents    
-
- - -