gepubliceerd door WISE Amsterdam op 17 januari 2002, bijgewerkt op 10 april 2002
Hier is een inleiding over de hele kwestie Borssele, is er nu een afspraak om vervroegd te sluiten of niet?
In de inleiding/achtergrond hebben we, ter illustratie, links verwerkt naar ge-WOB-te en andere stukken.
Je kunt ook direct naar alle ge-WOB-te stukken.
Het wordt nog spannend. Binnenkort [verwachting is voor de zomer van 2002] besluit de rechtbank van Den Bosch of kerncentrale in Borssele voor 31 december 2003 dicht gaat. Hoewel er een politiek besluit ligt is op dit moment de feitelijke situatie dat de KcB een vergunning heeft om door te produceren tot in elk geval 2007 en hoogstwaarschijnlijk zelfs tot 2013. In de oorspronkelijk verleende vergunningen is nooit een sluitingsdatum vastgelegd. Na het regeringsbesluit in 1995 is opnieuw een vergunning verleend die WEL een einddatum kent; 31 december 2003.
Eind '99 spande de EPZ [de eigenaar van de kerncentrale Borssele] een kort geding aan bij de Raad van State waarin ze het sluitings-besluit aanvocht; de regering heeft het besluit tot vernietiging van de oude (uit '73) vergunning niet op de juiste wijze genomen (onder andere geen MER [Milieu Effect Raportage] laten uitvoeren naar gevolgen sluiting). Op 24 februari 2000 gaf de Raad van State de EPZ en anderen gelijk. Een tamelijk genante vertoning voor de overheid en die gaf dan ook al gauw, na Kamervragen, aan spoedig te zullen komen met een overzicht van mogelijkheden om het politieke besluit alsnog te effectueren. Al gauw besloot de regering tot het aanspannen van een geding bij de rechtbank in Den Bosch waarin ze eist dat de EPZ zich houdt aan de afspraken die met de Samenwerkende Electriciteits Producenten (SEP) gemaakt zijn: Sluiting voor 2004, compensatie voor verlies.
Deze zaak is al enige maanden gaande. In september 2001 bepaalde de rechtbank dat de overheid een laatste kans krijgt om te bewijzen dat er wel degelijk een afspraak is gemaakt.
Hiertoe vonden op 25 januari, 8 maart en 4 april horingen plaats.
Er zijn concrete aanwijzingen dat het Ministerie van Economische Zaken helemaal niet zit te wachten op sluiting van Borssele. Jorritsma laat niet na te pas en te onpas te verkondigen dat wat haar betreft de centrale gewoon door zou mogen draaien. (onder andere uitspraken ambtenaren EZ tijdens zitting Raad van State en Energierapport '99 van EZ) Dit geeft niet veel vertrouwen in de inzet bij de nu lopende rechtszaak. En het geeft aan dat er nieuwe maatschappelijke en politieke druk nodig zal zijn om de regering te dwingen nieuwe stappen te zetten als de rechtszaak 'fout' afloopt.
WISE heeft, middels een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) alle documenten over de afspraken voor sluiting van de kerncenrale opgevraagd en inmiddels deels gekregen. We gaan in hoger beroep om de rest van de stukken te krijgen maar uit hetgeen we nu hebben kan maar 1 conclusie getrokken worden; er is een afspraak en de centrale moet dicht.
De kerncentrale in Borssele werd in 1973 geopend met een verwachte levensduur van 30 jaar. Met een vermogen van 450 megawatt behoort de reactor tot de oudste generatie drukwaterreactoren ter wereld.
Na de ramp in Tsjernobyl (26 april 1986) rijst de vraag of de kerncentrale in Borssele wel veilig genoeg is. Een team van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) wordt gevraagd de centrale eens kritisch door te lichten. Het rapport van dit onderzoeksteam (OSART) verschijnt in 1987 en beschrijft een lijst met gebreken.
Zo is de brandveiligheid onvoldoende, de regelzaal organisatorisch niet in orde, ontbreekt een reserve regelkamer en zijn de noodsystemen niet altijd 'standby'. Op basis hiervan krijgt de eigenaar, de Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ), in oktober 1991 toestemming van de SEP (Samenwerkende Elektriciteits Producenten) om 400 miljoen gulden te investeren in een zestiental wijzigingen, beschreven in het modificatieplan. De wijzigingen zouden dan in 1994 gereed zijn en, ondanks de moderniseringen, zou de centrale volgens plan in 2003 sluiten. Het project is echter dermate ingrijpend dat gekozen wordt voor een lange inspraakprocedure en het opstellen van een Milieu Effect Rapportage (MER). Als gevolg hiervan stijgen de geraamde kosten tot 467 miljoen en wordt de voltooiing van het project met ruim drie jaar vertraagd. September 1993 gaan de SEP-aandeelhouders, onder strenge voorwaarden akkoord. Zo mogen de kosten niet verder stijgen, moet alles ook echt in 1997 zijn afgerond én moet, om de rentabiliteit van de modernisering te garanderen, de centrale langer, tot 2007, open blijven.
In het Elektriciteitsplan 1995-2004 van de SEP worden bovenstaande voorwaarden opgenomen, waarna het plan in juni 1993 wordt behandeld in de Tweede Kamer. Het wordt goedgekeurd maar op aandringen van Groen Links en D66 wordt de passage over het langer openhouden van Borssele terzijde gelegd voor latere behandeling. In augustus 1993 neemt het kabinet een voorsprong en verleent alvast de vergunning voor modificatie, terwijl de Kamer nog moet beslissen. De Kamer komt hiermee extra onder druk te staan. Bovendien voert de SEP de druk op: als de toestemming voor de modificatie niet afkomt dreigt ze een schadeclaim in te dienen. De SEP geeft al veel geld uit in afwachting van de beslissing en gebruikt dit om de regering voor voldongen feiten te plaatsen. In totaal wordt tot november 1994 voor zo'n 160 miljoen geïnvesteerd. Het betreffen allemaal nog voorbereidingen voor de echte modernisering.
Een aantal milieuorganisaties maakt direct bezwaar. Ze stellen dat ook na de wijzigingen Borssele niet voldoet aan de eisen die voor nieuwe kerncentrales gelden, er in de MER geen rekening wordt gehouden met de lange-termijn doden, gevolgen voor de landbouw, recreatie en drinkwatervoorziening na een ramp en het radioaktief afval probleem alleen maar groter wordt door Borssele niet direct te sluiten.
Op 9 november 1994 worden de plannen voor langer openhouden voorgelegd aan een commissie-vergadering in de Tweede Kamer. Van de grote partijen keuren PvdA en D66 langer openhouden af. VVD en CDA willen moderniseren en doorgaan tot 2007. De stemming op 22 november '94 over een motie om de centrale niet langer dan tot 2004 te laten draaien wordt gestaakt als het aantal voor- en tegenstanders gelijk blijkt (73-73).
De stemming wordt een dag later voortgezet als 4 kamerleden terugkeren van een ziekbed of uit het buitenland. De motie wordt aangenomen met 77 tegen 73.
Minister Wijers (EZ) ziet zich geconfronteerd met een besluit van de Kamer Borssele in 2004 te sluiten. De investering van 467 miljoen is voor de elektriciteitsbedrijven dan onrendabel. Uiteindelijk kiest de minister voor een vrij onverwachte en dure optie: de modernisering gaat door, de centrale sluit 31 december 2003, de minister zorgt voor 70 miljoen gulden om alles rendabel te maken. Hij haalt dit geld uit een speciaal fonds bestemd om sterke schommelingen in energieprijzen op te vangen.
Begin augustus 1996 worden alle vergunningen voor de modernisering van Borssele goedgekeurd door de Raad van State. Volgens planning zijn de aanpassingen in juli 1997 afgerond en wordt de stroomproductie, na een aantal maanden stilleggen weer hervat.
Ondanks verzet van EPZ, de werknemers, de provincie Zeeland en de gemeentes Borsele, Vlissingen en Middelburg kondigt Wijers in december 1997 aan dat hij de procedure om de kerncentrale voor 2004 te sluiten doorzet. Dezelfde maand dient het personeel van de kerncentrale (verenigd in de Stichting Borssele-2004+) en EPZ beroepsschriften in bij de Raad van State om sluiting van de centrale in 2003 te voorkomen. Op 24 februari 2000 stelt de Raad van State de Stichting Borssele-2004+ in het gelijk: de beschikking uit 1997 waarmee de kerncentrale Borssele in december 2003 gesloten zou worden is vernietigd.
Daarmee is de weg vrijgemaakt voor voortzetting van de bedrijfvoering in 2004 en daarna, omdat de oude vergunning (bedrijfsvoering voor onbepaalde tijd) weer geldig is. Het kabinet had zich voor de Raad van State vooral beroepen op het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen die het intrekken van de vergunning zou rechtvaardigen. Ten onrechte, vond de Raad van State, heeft het kabinet geen MER opgesteld voor de sluiting en was het kabinet voorbijgegaan aan andere overwegingen, waaronder het in de uitspraak niet verder gemotiveerde "verenigbaarheid van het bestreden besluit met het recht van de Europese Gemeenschap". Het ziet er niet naar uit dat EZ onder minister Jorritsma hard zal werken om Borssele alsnog voor 2004 te sluiten. Jorritsma's eigen partij, de VVD, is een verklaard voorstander van kernenergie en is voor het langer openhouden van Borssele. In de Tweede Kamer is een meerderheid van PvdA, D66, SP, GroenLinks en ChristenUnie om Borssele eind 2003 sluiten. In de senaat hebben de voorstanders van het langer openhouden van Borssele, VVD, CDA en SGP de meerderheid.
Een gesprek tussen de ministers Jorritsma (EZ) en Pronk (VROM) en een delegatie van het elektriciteitsbedrijf EPZ, juli 2000, over de sluiting van Borssele leverde niets op.
Op 22 juni 2001 vond de eerste zitting plaats. WISE, Greenpeace, Stop Borssele, DWARS en Onkruit Vergaat Niet! riepen op om bij de rechtbank te demonstreren. De werknemers van de kerncentrale waren er ook.
Op 21 september 2001 deed de rechtbank uitspraak - de regering kreeg nog 1 kans om aan te tonen dat er in 1994 wel degelijk afspraken zijn gemaakt die ook nu nog gelden.
De rechtbank doet een soort tussenvonnis;
De rechter 'stelt de staat in de gelegenheid met meer bewijzen te komen dat er daadwerkelijk afspraken lagen over sluiting voor 31 december 2003'.
Gunstig is in elk geval dat de rechtbank alvast gezegd heeft dat, mocht bewezen kunnen worden dat er wel degelijk afspraken zijn gemaakt de andere argumenten van de huidige eigenaar van de centrale - als zouden eventuele afspraken niet meer gelden onder Europese wetgeving en een geliberaliseerde markt - ongeldig zijn. Ergo; voormalig minister Wijers cs. moet aantonen dat er afgesproken is de centrale te sluiten.
Hiertoe worden getuigen opgeroepen - door de staat aan te wijzen.