gepubliceerd door WISE Amsterdam op 17 januari 2002
Aanwezig: EPZ:
drs. H. van Meegen, voorzitter van de directie,
ir. H.A. Droog, directeur,
mr. A. Speeks, directiesecretaris,
ir. J.W.M. Bongers, bedrijfsdirecteur Kernenergie;
EZ:
drs. J.W. Weehuizen, directeur Energieproduktie,
dr. H.T. Cahen, directie Energieproduktie,
mr. J.H.M. Veitman, directie Wetgeving en Juridische Zaken.
mevr. mr. A. van Limborgh (VROM) kon bij het overleg niet aanwezig zijn in verband met andere, meer dringende, zaken.
EZ stelt dat destijds door kabinet en TK is besloten tot sluiting van de KCB per eind 2003; dat besluit bestaat nog steeds. Die beperking van de bedrijfsduur is ook opgenomen in een ambtshalve wijziging van de KEW-vergunning inzake de KCB. Die ambtshalve wijziging is echter op 24 februari 2000 door de RvS vernietigd. Daarna is een politiek debat ontstaan. Uitgangspunt voor de MEZ daarbij: "afspraak is afspraak"; er is een afspraak met de E-sector dat de KCB eind 2003 dicht gaat. Die afspraak is door geen der betrokken partijen opgezegd en zal dus gewoon worden uitgevoerd. Uit berichten in de pers vernam EZ evenwel dat EPZ daar anders over lijkt te denken. Vandaar dit gesprek tussen ambtelijk EZ en EPZ als voorbereiding op een gesprek met EPZ op ministerieel niveau. Wat EZ betreft heeft dit gesprek het karakter van "fact-finding"; het gaat uitdrukkelijk niet om onderhandelingen.
EPZ vraagt wat de uitdrukking "afspraak is afspraak" eigenlijk betekent.
EZ verwijst naar de brief van de MEZ aan SEP van 16 december 1994 met daarin een uitwerking van de sluitingsafspraak; een overeenkomstige brief is per diezelfde dag naar de TK gestuurd.
EPZ kent die brief niet in de zin van een document dat een afspraak met EPZ bevat; de brief is immers aan SEP en niet aan EPZ gericht. EPZ is van oordeel dat er geen afspraak bestaat tussen EPZ en EZ. Wellicht is sprake van een afspraak tussen kabinet en TK, maar dat raakt EPZ niet.
EZ stelt dat SEP destijds -op grond van de Overeenkomst van Samenwerking- als vertegenwoordiger van en spreekbuis namens de vier productiebedrijven fungeerde en dus ook namens EPZ.
EPZ meent dat sedert de zogeheten afspraak de omstandigheden sterk gewijzigd zijn. In dit verband wordt ook verwezen naar de -inmiddels vernietigde- ambtshalve gewijzigde KEW-vergunning van 9 december 1997*.
Bovendien, in de brief waarnaar steeds verwezen wordt als het gaat om de afspraak, staat niet meer dan dat indien de KCB per eind 2003 dicht is, de overheid f70 mln. ter beschikking stelt.
EZ benadrukt dat het besluit ter beëindiging van het bedrijven van de centrale per 1/1/2004 een door de politiek gedragen besluit is dat nu uitgevoerd moet worden.
EPZ meent dat de uitspraak van de TK destijds is genomen onder het regime van de oude elektriciteitswet; dat regime bestaat inmiddels niet meer. De productie van elektriciteit is inmiddels vrij; het gaat dan ook niet aan dat de overheid in dat opzicht beperkingen oplegt. Er is geen E-plan meer en geen diversificatiebeleid ten aanzien van de brandstofinzet. Het tegengaan van kernenergie door de overheid staat daarmee haaks op het ontbreken van een diversificatiebeleid. Voorts is er sprake van een terugtredende overheid, die daarmee op afstand komt te staan. Daarnaast vraagt EPZ zich af hoe het staat met de Europees-rechtelijke dimensie. In dit verband wordt verwezen naar de motivering bij de uitspraak van de RvS inzake de ambtshalve wijziging van de KEW-vergunning inhoudende vernietiging ervan.
De SEP is inmiddels geen paraplu meer; er is geen "kostenpooling" meer: EPZ dient als bedrijf op eigen benen te staan (een GPB is niet tot stand gekomen) en dient daarenboven bij te dragen aan de CO2 reductiedoelstelling.
EZ meent dat de afspraak moet worden nageleefd. Niet zozeer marktomstandigheden zijn voor het besluit relevant, maar het feit dat er geen draagvlak meer is voor energieopwekking door middel van kernenergie. Als de MEZ stelt dat de omstandigheden inmiddels nièt zijn gewijzigd, dan doelt zij daarmee juist op dit aspect.
EZ meent voorts dat SEP destijds aanspreekpunt was voor EZ. Krachtens de Overeenkomst van Samenwerking kon SEP in dat verband alleen maar spreken met instemming van alle vier de productiebedrijven dus ook van EPZ. In een gesprek destijds tussen SEP en de MEZ is nadrukkelijk de afweging tussen sluiting in 2003 of 2007 aan de orde gekomen. De heer Ketting van SEP heeft toen aangegeven dat het belangrijk is dat er consensus over 2004 is. Hij meende toen dat het afgesloten arrangement inzake sluiting per 2004 evenwichtig en te verdedigen was: sluiting van de KCB niet later maar ook niet eerder. Dat heeft vervolgens geresulteerd in een brief aan de TK, waarin de sluitingsafspraak inclusief de financiële vergoeding van f70 mln. is verwoord. Al met al ging het toen om een finale discussie.
EZ wil niet onmiddellijk denken aan wetgeving op dit gebied (soort onteigeningswet); startpunt voor EZ is: "afspraak is afspraak".
EPZ verwijst naar de dilemma-studie van de EU, waaruit blijkt dat kernenergie van substantieel belang is voor het halen van de Kyoto-doelstelling op het gebied van de C02 reductie. Daarnaast wijst EPZ op het belang van het bestaan van nucleaire expertise binnen NL, iets, waar ook de minister van VROM aan hecht, zo is onder andere gebleken tijdens een bezoek dat de minister bracht aan de centrale Borssele.
EZ verwijst naar het Energie-rapport van EZ, waarin een aantal voordelen van kernenergie nog eens wordt opgesomd, waaronder die van de mogelijke bijdrage aan de C02 reductiedoelstelling. Dat heeft echter niet geleid tot heroverweging in de TK van de mogelijke rol van kernenergie in Nederland. Maar ook in Zweden en Duitsland is kernenergie op zijn retour. Wat EZ betreft vindt er nu zo snel mogelijk een gesprek plaats tussen de MEZ, MVROM en EPZ over de bedrijfsduur van de KCB, in ieder geval vóór het zomerreces.
EPZ meent dat de KCB zeker tot 2013 open kan blijven; wellicht ook langer. Voor de periode nà 2003 wordt thans serieus door EPZ bekeken of gestopt kan worden met opwerking van opgebrande splijtstof. Daarnaast wordt bekeken of de inzet van MOX in de KCB haalbaar is. Zeker in dat geval is wel dat het dan om een langere levensduur moet gaan dan enkele jaren na 2003, anders heeft het om economische redenen geen zin. Het zou dan minstens moeten gaan om een bedrijfsduur tot 2010.
EZ zal voor eigen gebruik een verslag van het gesprek maken en de minister adviseren. Er wordt gemikt op een vervolgoverleg op ministerieel niveau binnen enkele weken.
* Daarin staat onder meer opgenomen: "Zoals wij boven reeds opmerkten, gaan wij er als vaststaand vanuit dat de centrale na 2003 overbodig is. Mocht niettemin later blijken dat ook nog na 2003 behoefte aan de centrale bestaat, dan staat het EPZ vrij tegen die tijd te verzoeken de tijdsbeperking ongedaan te maken.".
H.T.C./08/6/00